Wednesday, 27 October 2010

Thursday, 21 October 2010

dan gil je toch drie windvlagen door de hemelstrond

Wednesday, 20 October 2010

ik doe het op mijn meneer
HARIGE PIEMEL

Favourite Candle

Nailpin met harige ballen

Nailpin en Nailpin

Nailpins

oh fiets, fiets en fiets

EL JA FDIE FIETS
Stupid welke fiets? die man?
EL nee ik
maar dieman met fiets is niet geedit ,d us hij mag er niet op

Fietsenschijn

Ga toch fietsen

In de maneschijn.

Niels, in de maneschijn.
Emma, in de herenschijn.
Keet, in de jongenschijn.
Niels in de zonneschijn.
Emma in de vrouwenschijn.
Keet, in de meidenschijn.
Oh Emma, Emma en Emma, in de mannenschijn.
chill krokodil

Tuesday, 19 October 2010

maandag
dinsdag
woensdag
donderdag
vrijdag
zaterdag
zondag
mandag

Thursday, 14 October 2010

Kekkul de lul sprak:
"ongewend!"
"Nee," zei ik en ik hield de paard op.
"Het is..."
"jouwnens!"
"Nee" kekkul de lul
ik voel de kloppert al in de bok.

Een tas die een tas vasthoudt.


Er was eens een tijd. De tijd was om. “Vrijdag,” zei ik.
“En  nu…” hij keek ons allen aan, “is het af.” We knikten allemaal, we waren het eens.
“ZATERDAG!” riep de dappere ridder, zijn pluimhoed stak boven de mensenhoopjes uit.
“Zaterdag?” vroeg ik.
“Ja,” fluisterde hij, alsof het hem veel betekende.
“Nee.” Antwoorde ik. “NEE. Hoor je me?! NEE!”
“Waar komt zij vandaan?” vroeg de tourguide.
“Ja, Alaska, het is daar anders dan hier. Hier is het wel 3 graadjes kouder, of warmer, ligt eraan of het zomer of paard is, natuurlijk.”
“Ohja,” het was net alsof hij dom was.
“Wie is dom?” vroeg ik.
“Nee, niet alweer. Hou nou eens op met die gekkigheid.”
“Nee.”
“Nee.”
“Nee.”
“Alweer.”
“Niet.”
“Wat een boel ontkenningen.”
“Niet waar.”
“Nee, dat dacht ik al.”
“Ik heb je erin geluisd.”
“Niet.”
“Zie.” Ik wees naar de man. Ik had hem omgetoverd tot ontkenning.
“Ik kan je gedachtes niet lezen, het is niet alsof ik weet waar je overnadenkt.”
“Precies, dat is de bedoeling.”
“Niet.”
“Ik ben trots op je, wat leer je snel.”
Er liep toen een vrouw binnen met een roze jurk. Ze was dik, en dus niet zomaar dik, maar echt gewoon vet dik. Ze had wel drie dubbele boa’s aan van dezelfde kleur. Roze.
“Mevrouw, u heeft drie keer dezelfde – “
“Ja kind, dat weten we.”
“Bent u gek?” Vroeg ik.
“Nee, jij? Wat een gekke vraag, kind.”
“U zei: ‘Ja kind, dat weten we.’ Wie weet het  nogmeer? Heeft u stemmen in u hoofd?”
“Nee joh, hoe kom je erbij.”
Daarna kwam er een jongeman binnen.
“Zo, die zou ik wel eens lekker – “
“Ik weet het,” zei ik.
“Hoe?”
“Ik kan gedachtes lezen, duh…” zei ik.
Je keek me aan met een opgetrokken wenkbrauw, Je bleek er echt geen zak van te snappen gewoon. “Team Edward… Duh.”
“Ik niet,” zei Je. Je staarde naar de jongeman. “Jij gaat niet alleen voor six-packs… of eight-packs… voor jou moet het de volle boel zijn… vierhondertweeentwintigmiljoenzeshonderdtweeentachtigbiljoen-packs.”
“Ja…” zei Je terwijl Je wegkwijlde.
En zo begon het verhaal van de overheerlijke lekkere gespierde man en Je.
“Dus…” zei ik.
“Ja kind, het is al lang geweest. Moet je niet naar bed?”
“Mevrouw, het is pas vijf uur, we moeten nog beginnen aan het avond diner,” vertelde ik.
“Hoeveel gangen, mijn kind?”
“Wel vijf denk ik.”
“Oh, wat enig. Zal mn lief zoontje wel leuk vinden.”
En daar eindigde het weer. Er liep een jongeman binnen, nee, niet diezelfde als daarnet, maar een andere… Hij was veel indrukwekkender, hij was fascinerend…
“Hoeveel…?” vroeg ik.
“Driehonderentwee.” Er kwam een blije, trotste glimlach achteraan. “Kindje! Kindje lief kom eens bij mama!”
“Mama, ik ben geen twaalf meer…” zei de jongen, het zou me verbazen als hij niet door de deuropening zou passen.
“Nee, maar gisteren nog wel he, zoveel verouder je niet in een dag.”
“Oh, gisteren? Gefeliciteerd nog,” zei ik beleefd.
“HOU JE BEK! HOU. JE. BEK! HOUJEBEK!” riep de dikke jongen.
“Sorry,” zei ik. Ik draaide naar de dikke vrouw toe. “Wat deed ik?”
“Niks,  hij heeft humeurschommels. Die zijn nieuw… De gemeente had ze nog over dus we namen ze aan voor in de tuin. Ik dacht dat het doodgewone normale schommels waren… maar nee, speciaal voor je humeur.”
“Ah…” zei ik.
Ik heb een nieuwe tas. Zei de man op vrijdag. Ohnee wacht, vrijdag is allang voorbij. Het is al woensdag, volgende woensdag.
 “Mijn tas heeft een tas.”
“Een tas die een tas vasthoud?” vroeg ik.
“Nee. Een tas die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft die een tas heeft”
“Wat een hoop tassen heeft u daar dan.”
“Nee.”

Wednesday, 13 October 2010

dankje

ff bellen

Emma's Jas.

Gaapschaap

Keet kan zich niet meer herinneren wat dit precies was.

Koekverlichting

Fietsen

RoddelLaarzen

De Oorsprong van de Feesthut verhalen.


RYAN EN FRANKIE ZIJN BAND GEWORDEN IN EEN BAND> zE LOPEN OP EEN ASFALT EN ZITEN DAN OP EEN STOEP.> MORGEN GA K NAARD E PEUTERSCHOOL  ZEGT FRANK> NEE IK NIET ZEGT RYAN> MAAR WEL NAAR HUIS.
OH Ik NIET AAR weL MORGEN NAAR FIETSENMAKER OP DE STOEP. IK BEODEL NAAST DE STOEP. IK KRIJG STOEPKRIJT MET SINTERKLAAS. MAAR JIJ NIET ZEGT FRANK TROTZDEM. GROETJES FRANK.
MAAR HIJ ZEGT ALTIJD VAN JA  NEE IK HEB EEN LOOPNEUS> RYAN ZEGT JA NEE IK OOK>
OH IK NUET. IKGA KOKEN. MAAR NUIET OP EEN STOEP OIN EEN HUIS EL> NEE DE STOEL IS OP ZIJ GEGAAN. HOUDOE STOeL xofrank.
MORGEN LIEPSEN GEMEENTEHUIS VOL> MET SCHAPENWOL DAT RIJMT IN EEN RIJMPJE. DE STERREN VALlEN OP MIJN HOOFD EN DE NEUS VAN JE MAAG> IK BEDOEL RYAN. IK BEDOEL MAMA. IK BEDOEL JOU>
HALLO ZEGT MAMA BEER OP DE ZONDAG VAN MORGEN FEBRUARI ALTIJD LACHEMHE?
NEE ZEG IK NEE IK ZEG NEE.
OOK ZEG IK, JA.
DE COMPUTER IS HET HUIS UIT HIJ IS AL DRIE JAAR.
MIJN LETTERTYPE VOND DE BESTANDJES NIET AARDIG, MAAR WEL DE MUZIEK.
OOK WEL JOU.
NEE HE TOCH NIET WEER ZOON REGEN BUI? DIE WIL IK NIETR OP EEN ZONDAG MIDDAG IN MORGEN JULI. MAAR WEL IN AUGUSTUS IN EEN DINSDAG.
NEE DAT SNAP JIJ NEIT WANT IK BEN LANGER. OOK BEN IK OUDER EN SLIMMER MAAR NIET WANT IK BEN DRIE. DE PROCENTEN ZIJNOP.
NORMAAL ZEG IK HALLO. NU ZEG IK DOEI.
NEE JA. IK ZEG DOEI MAAR ALLEEN OP EEN ZATERDAG. OM VIER UUR SMIDDAGS MAAR OOK OP NEGEN UUR SOCHTENS.
OOK ZEG IK WEL EENS EN HANDDOEK TE GEBRUIKEN MAAR EIGENLIJK IS HET GEEN HANDDOEK MAAR WEL EEN HANDDOEK.
JEZUS IS DE FABRIEK IN GEVLOGEN MAAR OOK DE BOERDERIJ.
GOD IS NIET ZO BLIJ MET HEM HIJ IS EEN SCHAAP GEWORDEN, DE STOELEN OOK.
DE STOFZUIGER HEEFT DE KAT OPGEGETEN DE KAT IS VERDWENEN, SPONTAAN IN DIE STOFZUIGER VAN GISTEREN. MAAR OOK WEL VANDAAG.

Hey kijk een fiets en een pizza
en een puppy
een pizza in de oven
niet een puppy
belgpup

Fiets Op Je Hoofd

De Belgfiets





En nog een: